WAT IS MELANOOM?

KWAADAARDIG

Een melanoom is een agressieve vorm van huidkanker. Het kan overal ontstaan en kan zich soms snel verspreiden naar andere delen van het lichaam.

 

 

ER ZIJN VERSCHILLENDE SOORTEN MELANOOM

Melanoom in situ:

Deze vorm is eigenlijk nog geen echt melanoom maar een vroeg stadium ervan. De kwaadaardige pigmentcellen zitten nog heel oppervlakkig in de opperhuid en zijn nog niet naar de diepere lagen doorgegroeid.

 

Oppervlakkig (superficieel) spreidend melanoom:

De meeste melanomen zijn oppervlakkig (in de breedte) spreidende melanomen (superficieel spreidende melanomen). Ze groeien meestal niet diep in de huid. Deze melanomen kunnen best groot worden

 

Nodulair melanoom:

Bij 15% van de gevallen betreft het de nodulaire vorm. Bij dit type melanoom is vaak een donkerblauw tot zwart ‘bobbeltje’ te zien. Het nodulaire melanoom kan ook bijna huidkleurig of roze zijn Deze vorm groeit sneller de diepte in (in maanden) dan de oppervlakkig (superficieel) spreidende vorm. Hierdoor heeft de nodulaire vorm vaker een slechtere prognose dan de oppervlakkig spreidende vorm.

 

Acrolentigineus melanoom:

Deze zeldzame vorm (< 5% van de gevallen) komt uitsluitend voor aan de uiteinden van het lichaam, de handpalmen, voetzolen of onder de nagel. Wanneer melanoom onder de nagel voorkomt wordt het een “subunguaal melanoom” genoemd. De acrolentigineuze vorm komt ook vaak voor bij niet-blanke rassen. Ook wordt deze vorm vaker gezien op oudere leeftijd.

 

Lentigo maligna melanoom:

Deze eveneens zeldzame vorm (< 5% van de gevallen) ontstaat uit een lentigo maligna. Een lentigo maligna heeft meestal een grillige vorm en is onregelmatig bruin tot grijs/zwart van kleur. Het ontstaat vooral bij oudere mensen op de huid die veel in de zon zijn. 

 

Amelanotisch melanoom:

Deze zeldzame vorm kan zowel een oppervlakkig spreidende of nodulaire groeiwijze hebben. Het amelanotisch melanoom wordt vaak over het hoofd gezien omdat het niet uitziet als een gewoon melanoom. Het is namelijk niet bruin, zwart of grijs, maar huidkleurig , roze of rood. Ook kan dit type melanoom makkelijker zweren of bloeden. De term amelanotisch betekent dat de pigmentcellen geen pigment aanmaken terwijl ze wel ongeremd in de huid doorgroeien. Ze zien er bedrieglijk goedaardig uit.

 

Melanoom van de slijmvliezen (mucosaal)

Een melanoom in het mond-, neus-, of keelslijmvlies, de binnenkant van de oogleden, endeldarm en de vagina komt zelden voor (naar schatting 1% van de melanomen). Ze worden meestal pas ontdekt als ze al in een gevorderd stadium zijn. 

Erfelijke aanleg voor melanoom

Hebben meerdere familieleden een melanoom of een melanoom gehad? Dan kan dit een aanwijzing zijn voor een erfelijke aanleg.

 

De volgende kenmerken kunnen wijzen op een erfelijke aanleg in de familie:

  • Meerdere (ten minste 3) verwanten aan 1 kant van de familie hebben een melanoom of hebben een melanoom gehad

  • Iemand krijgt 3 keer of vaker een melanoom

  • Iemand krijgt een melanoom onder de 40 jaar en er is nóg een familielid met melanoom

  • In de familie komt naast 2 personen met melanoom ook alvleesklierkanker voor

  • Erfelijk melanoom

  • Ongeveer 10% van de mensen met melanoom heeft één of meer familieleden die een melanoom hebben of een melanoom hebben gehad.

 

Van deze 10% blijkt bijna een derde na onderzoek een genafwijking te hebben waardoor zij een sterk verhoogd risico hebben op het krijgen van (meerdere) melanomen vanaf jonge leeftijd. Dit heet erfelijk melanoom.

Afwijking in het CDKN2A-gen

Een fout in een bepaald stukje van het DNA, een gen, kan de kans op melanoom vergroten. Zo’n fout in een gen wordt ook wel een mutatie genoemd.

 

De meest voorkomende genafwijking bij melanoom in Nederland is een mutatie in het CDKN2A-gen. Deze fout of mutatie heet ook wel “p16-Leiden”.

 

Mensen met een mutatie in het CDKN2A gen hebben een verhoogd risico op melanoom en alvleesklierkanker. Maar niet iedereen met deze mutatie krijgt kanker.

Het risico voor mensen met een mutatie in het CDKN2A gen om ooit een melanoom te krijgen is ongeveer 70 tot 80%. Het risico om ooit alvleesklierkanker te krijgen is 15 tot 20%.

 

Mensen met een CDKN2A mutatie die roken, doen er verstandig aan daarmee te stoppen. Roken verhoogt namelijk de kans op het krijgen van alvleesklierkanker.

 

De mutatie wordt doorgegeven aan het nageslacht. Kinderen van een ouder met deze mutatie hebben 50% kans op overerving (autosomaal dominante overerving).

 

Andere genafwijkingen

Er zijn ook andere genafwijkingen bekend die de kans op melanoom kunnen vergroten, zoals een mutatie in het CDK4, POT1, TERT, TERF2IP, ACD of MITF gen.

De mutatie wordt doorgegeven aan het nageslacht. Kinderen van een ouder met deze mutatie hebben 50% kans op overerving (autosomaal dominante overerving).

Voorzichtig met zon

Voor mensen met een erfelijke aanleg voor melanoom is het extra belangrijk voorzichtig te zijn met de zon.

 

Controle-onderzoek van de huid

Iemand met een genafwijking die de kans op het krijgen van melanoom vergroot, wordt de rest van zijn leven 1 tot 2 keer per jaar gecontroleerd bij de dermatoloog.

 

Eerstegraads en tweedegraads familieleden van iemand met een CDKN2A-mutatie krijgen het advies de huid 1 à 2 maal per jaar te laten onderzoeken door een dermatoloog (huidarts).

 

Iemand met melanoom zonder genafwijking wordt na afloop van de behandeling meerdere malen per jaar gecontroleerd. Eerstegraads familieleden van die persoon krijgen het advies de huid 1 à 2 maal per jaar te laten onderzoeken door een dermatoloog (huidarts). 

 

Eerstegraads familieleden zijn ouders, broers, zussen en kinderen. Tweedegraads familieleden zijn grootouders, ooms en tantes, kinderen van broers en zussen en kleinkinderen.

 

HOE KUN JE MELANOOM VOORKOMEN?

 

 

 

Stichting Melanoom

Postbus 8152
3503 RD UTRECHT

STICHTING MELANOOM 2018