Doneren
Zoek
algemeen

ABC van het immuunsysteem – deel 2

Hoe is het immuunsysteem georganiseerd en hoe werkt het in ons lichaam?
Deel 2 – de dendritische cel

door Co van den Boogert

Boost het immuunsysteem


Afbeelding: New Africa – Shutterstock.com

In deze tweede aflevering van het ABC van het immuunsysteem nog extra meer aandacht voor de dendritische cel (DC). Want de DC is de spil waar het hele verhaal bij de bestrijding van melanoom om draait.

De DC reist dus, na ergens in het lichaam kankermateriaal (antigeen) opgepikt te hebben, naar een lymfeorgaan. Daar aangekomen presenteert de DC op een tweetal wijzen het kankermateriaal aan twee typen afweercellen die een cruciale rol spelen bij de bestrijding van de melanoomcellen. Dat zijn de T-killer- en T-helpercellen. Deze T-cellen ontwikkelen zich in de Thymus of zwezerik, vandaar de naam ‘T’. In de Thymus worden de T-cellen geselecteerd om alleen lichaamsvreemde cellen aan te vallen. T-cellen die dreigen later lichaamseigen cellen aan te vallen worden vernietigd. Op het oppervlak van de DC worden de kankereiwitten (antigenen) verpakt in een tweetal eiwitstructuren.

‘Sleutel-slot’

Die eiwitstructuren hebben een naam namelijk MHC1 en MHC2 en ik houd die officiële benaming maar aan. Deze eiwitstructuren hebben een eigen bouw en passen als sleutel slot op de receptoren van de twee soorten T-cellen namelijk T-killercellen respectievelijk T-helpercellen. Een sleutelslot is voor de beeldvorming mooi, maar een sterke of minder sterke magnetische binding komt wel dichter bij de
waarheid. Uit de omschrijving sleutel-slot kun je opmaken dat niet ieder T-killercel- of T-helpercelsleutel in de respectievelijke sloten past. De genoemde afweercellen hebben allemaal hun eigen specifieke sleutel en er zijn er ongelooflijk veel van.

Als de MHC1 en MHC2 de sloten zijn, dan zijn de TCR’s de sleutels van de T-cellen. Nadat na veel passen en meten er een T-helpercel contact maakt met de DC en wel met de MHC2 eiwitten op het celoppervlak, begint de afweer vorm te krijgen. Nadat de verbinding is gemaakt, wordt het contact nog verinnigd met extra verbindingseiwitten en wordt de DC actief. De DC activeert de T-helpercellen die
later op hun beurt weer ergens in de lymfeklier contact maken met de B-cellen. De B-cellen zijn speciale afweercellen en worden in oorsprong in het beenmerg gevormd, vandaar de ‘B’. Ook deze cellen zijn gespecialiseerd en ook de B-cellen die het eigen lichaam zouden kunnen aanvallen zijn verwijderd,

Precies passen

Nadat een B-cel een specifiek kankereiwit, wat los in het weefsel ook in de lymfeklieren terecht komt, heeft opgepikt en “ingeslikt”, knipt hij dit in stukjes en plaatst die op zijn celmembraan als MHC2, net als dat de DC dat doet. De B-cel komt vervolgens in de gebieden in de lymfeklieren waar zich de geactiveerde T helpercellen bevinden. De T-helpercel scant de MHC-2 moleculen van de passerende B-cellen (met dezelfde informatie als op de DC). Als de T-celreceptorsleutel of TCR van de T-helpercel
precies past op het fragment dat de B-cel via zijn MHC-2 laat zien, ontstaat er een stabiele
verbinding. Op dat moment “weet” de T-helpercel: “Jij hebt dezelfde vijand gevonden als ik.” Bij deze
match maken de T-helpercellen en de B cellen extra verbindingseiwitten aan om de connectie
te bestendigen. De B-cel en T-helpercel vinden elkaar dus doordat ze allebei geprogrammeerd zijn op hetzelfde puzzelstukje. Alleen bij een perfecte match op het MHC-2 molecuul volgt de activatie. De DC blijft de T-helpercellen activeren en die op hun beurt de B- cellen.
De B-cellen gaan volop delen, vormen geheugencellen, en volop antilichamen die zich aan
de melanoomcellen gaan hechten, waardoor ze weer beter zichtbaar worden voor de afweer.
Overigens komt het doden van de melanoomcel, ook zonder antilichamen van de B-cellen
tot stand.
De B-cel helpt wel om de kankercel gemakkelijker te kunnen doden. Wanneer de DC de T-helpercellen hebben geactiveerd, worden ze zelf ook steeds actiever en beter instaat T-killer cellen aan hun MHC1 complex te binden en te activeren. Er worden daartoe extra eiwitverbindingen gemaakt waarna de T-killercellen door de DC en de T-helpercellen actief worden gemaakt, gaan delen en op zoek gaan naar
de kankercellen waarvoor ze zijn geprogrammeerd. Later kunnen ze overgaan in geheugencellen, die zich ophouden in de lymfeklieren (Centrale geheugen) of in de buurt van de tumor (weefsel met kankercellen en ander weefsel, zoals bindweefsel en bloedvaten).

Zeker van de zaak zijn

Als lezer vraag je je misschien af waarom het allemaal zo moeilijk is georganiseerd. Het antwoord daarop is dat het immuunsysteem ervoor moet waken niet de verkeerde cellen aan te vallen en om een overreactie te voorkomen. Iedere cel (behalve de rode bloedcellen) in het lichaam laat via eiwitcomplex (MHC1) zien welke eiwitten zich van nature in de cel bevinden, waar de cel uit bestaat. De kankercellen lijken op normale cellen en produceren MHC1 eiwitten, die soms ook erg op gewone MHC1 lichaamseigen eiwitten lijken. Om die kankercellen te lijf te gaan moet het immuunsysteem zeker van z’n zaak zijn. Bij het aanbieden door de DC’s van MHC1 aan T-killercellen en MHC2 aan de T-helpercellen worden allerlei
beveiligingen ingebouwd om de juiste reactie in gang te zetten. Mocht het tumorantigeen te sterk op het eiwit van een gewone cel lijken, dan zal er vanuit de DC een zwakke reactie optreden (denk aan
magnetische binding) en zullen de T-killercellen uiteindelijk niet worden geactiveerd.
Wanneer het antigeen duidelijk verschilt zal er met behulp van de DC’s een heftiger reactie optreden. Gevolg kan zijn dat alle kankercellen keurig worden opgeruimd. De werkelijkheid ligt wat anders, want het lijkt bij de uitbraak (metastasering) van melanoom alsof het immuunsysteem er de brui aan heeft gegeven. Dat is echter maar deels waar, daar de groei van tumoren heel langzaam kan gaan en dat het jaren kan duren voordat een uitgezaaide kankercel zich uit. Er wordt eigenlijk een strijd geleverd waarbij in het begin het immuunsysteem de betere kaarten heeft, maar dat na verloop van tijd de kankercellen de overwinning behalen.

Reageren en effect

Dat zit vooral in het volgende: Door de heftigheid van het immuunsysteem bij de tumor, er is een ontstekingsreactie gaande, gaan de T-killercellen steeds meer speciale remeiwitten op hun celoppervlak zetten en deze reageren met een daaraan bindende eiwitten op de kankercellen, waarvan er ook steeds meer komen. Het gevolg is dat de kankercellen en de T-Killercellen aan elkaar vast komen de zitten. Dat gebeurt geleidelijk met alle T-Killercellen en het dodelijk effect dat deze cellen op de kankercellen hebben verdwijnt. De T-Killercellen worden dan dus inactief (ze doden en delen niet meer). Wanneer je als patiënt met immuuntherapie behandeld wordt, krijg je meestal stoffen (monoklonale antilichamen) toegediend die op die door de T-Killercellen uitgedrukte eiwitten gaan zitten.
Daardoor kan de T-Killercel niet meer vast komen te zitten op de kankercel en doet hij waar hij voor geprogrammeerd is: het doden van de kankercellen. De volgende keer de fijnregeling in de tumor wanneer er immuuntherapie wordt toegepast.

Tip: Stel je vraag over Dendritische cellen
aan AI en er volgt een schat aan extra informatie. Wel de bronnen controleren!

Gepubliceerd in Melanoom Nieuws • juli 2026, pagina’ ’s 28 – 30.

Deel 1 van het ABC