Impact van klachten tijdens radiotherapie groter dan gedacht
- 1 dag geleden
- 5 minuten om te lezen
Peiling van NFK en NVRO onder kankerpatiënten geeft inzicht in hoe patiënten bijwerkingen
van radiotherapie ervaren. De resultaten helpen om begeleiding en ondersteuning verder te
verbeteren.

Utrecht, 28 mei 2026 - Ongeveer de helft van de mensen met kanker krijgt radiotherapie,
ofwel bestraling. Dit is een effectieve behandeling tegen kanker, maar mensen kunnen er ook
negatieve gevolgen van ervaren. De beroepsvereniging van radiotherapeuten (NVRO) wil de
zorg rondom de gevolgen van bestraling verbeteren en is daarom gestart met een project om
bijwerkingen gedurende en kort na de radiotherapie uniform te gaan registreren. Als
onderdeel van dit project hebben de NVRO en de Nederlandse Federatie van
Kankerpatiëntenorganisatie (NFK) samen een peiling uitgevoerd onder 3.821 volwassenen
die bestraling krijgen of hebben gehad, om meer inzicht te krijgen in ervaringen tijdens en
kort na de behandeling.
Uit de peiling blijkt dat 81% van de respondenten één of meer directe klachten heeft ervaren
door de bestraling. Het ging hierbij om klachten vanaf de eerste bestraling tot en met drie
maanden na de laatste bestraling. Bijna de helft (47%) ervoer drie of meer klachten terwijl
18% aangaf geen klachten te hebben gehad. De meest voorkomende klachten zijn
vermoeidheid (52%), huidproblemen in het bestraalde gebied (34%), pijn (23%) en stijfheid
(15%). Het type klachten was ook erg afhankelijk van het bestraalde gebied: bijvoorbeeld bij
hoofd-halskanker rapporteerde 58% een droge mond en bij bestraling van de onderbuik
meldde 32% dat ze vaak moesten plassen.
Impact van klachten op het dagelijks leven vaak groot
De peiling laat ook zien dat de impact van klachten door radiotherapie op het dagelijks leven
groot kan zijn. En, hoe vaak een klacht voorkomt, zegt niet altijd hoe zwaar die weegt. Veel
klachten komen niet vaak voor, maar als ze ervaren worden, dan geeft de helft tot driekwart
van de respondenten met deze klachten aan er in het dagelijks leven 'nogal' of 'heel erg' last
van gehad te hebben. In de open antwoorden was bijvoorbeeld te lezen dat mensen de
klachten verdroegen, omdat ze een hoger doel voor ogen hadden: leven.
Een greep uit de open antwoorden:
“Ik wist ook niet wat te doen. Was zelf te ziek. Dacht dat ik het gewoon maar moest verdragen”.
“Ik was enorm moe - als een oude telefoon die langzaam oplaadt, dan even helemaal prima
functioneert en daarna weer snel leegloopt.”
“Tijdens de bestralingen was er niks aan de hand met mijn huid, 2 weken erna begon de
ellende. Hele huid kapot, vellen hingen er aan.”
Prof. dr. Hans Langendijk, radiotherapeut bij het UMCG reageert hierop: “Helaas zijn niet alle
klachten als gevolg van bestraling te voorkomen, maar ondersteuning en behandeling van
klachten kunnen patiënten vaak wel helpen. Daarom is het belangrijk patiënten tijdens en na
de behandeling structureel goed te begeleiden, klachten tijdig te signaleren en samen te
kijken welke ondersteuning of behandeling passend is.”
Betere informatievoorziening vooraf en monitoring tijdens de behandeling
Iets meer dan de helft (55%) van de respondenten geeft aan dat met hen gesproken is over
het behandelen van klachten door bestraling, en een derde (ook) over het voorkómen van
klachten. 1 op de 5 vulde in dat er niet gesproken is over wat te doen bij klachten. Dit laat
zien dat er ruimte is voor verbetering van informatievoorziening en begeleiding. Net als NFK
vindt ook de NVRO het belangrijk dat iedereen die bestraald wordt, vooraf begrijpelijke
informatie krijgt over welke klachten zij zouden kunnen verwachten, en ook óf daar iets aan
gedaan kan worden en wát precies.
Prof. dr. Liesbeth Boersma, radiotherapeut Maastro, geeft aan: "Het is onwenselijk en
daarom ongebruikelijk om een radiotherapeutische behandeling aan te passen of te stoppen,
ook in geval van heftige bijwerkingen. Mede daarom is het van belang vooraf goed uit te
leggen wat het doel van de bestraling is, wat bestraling inhoudt en welke, vaak tijdelijke,
gevolgen de behandeling kan hebben voor het dagelijks leven.”
De peiling laat daarnaast ook een positieve ontwikkeling zien: patiënten die recent
radiotherapie kregen geven vaker aan dat met hen is gesproken over wat er mogelijk is
tegen eventuele klachten, dan patiënten bij wie de bestraling langer geleden plaatsvond.
“Wij moedigen radiotherapeuten aan deze lijn door te zetten: geef mensen goede informatie
vooraf en goede monitoring tijdens en na de behandeling. Het is belangrijk dat zij voldoende
handvatten en ondersteuning krijgen, om klachten zoveel mogelijk te voorkomen en snel en
gericht te behandelen of verlichten”, aldus Irene Dingemans, programmaleider Kwaliteit van
zorg bij NFK.
Variatie in behandeling van klachten: radiotherapeuten zien ruimte voor verbetering
Uit de peiling komt ook naar voren dat er verschillen zijn als het gaat om de behandeling van
de diverse klachten. Van de respondenten die last hebben van de huid, heeft bijna 70% hier
een behandeling voor ontvangen en 30% niet. Hier kunnen meerdere verklaringen voor zijn,
zoals de ernst van de klachten, behoefte aan ondersteuning of lokale werkwijzen. Boersma
en Langendijk zien de resultaten vooral als aanknopingspunt om onderling meer kennis uit te
wisselen en waar mogelijk ondersteuning te verbeteren. “Beleid ten aanzien van klachten
tijdens bestraling kan per instituut verschillen. Een belangrijke aanbeveling naar aanleiding
van deze peiling is wat mij betreft het ontwikkelen en implementeren van landelijk beleid en
protocollen, zodat alle patiënten de best mogelijke zorg krijgen", aldus Langendijk.
De NVRO gebruikt de uitkomsten van deze peiling als input voor verdere harmonisatie van
de registratie van directe bijwerkingen van radiotherapie. Hiervoor loopt momenteel een door
SKMS ondersteund kwaliteitsproject, waarvan deze peiling onderdeel uitmaakte. Daarnaast
wil de beroepsvereniging samen met professionals uit het veld werken aan landelijke
adviezen en verdere kennisuitwisseling rondom veelvoorkomende klachten en klachten met
grote impact op het dagelijks leven. Hiermee wil de NVRO bijdragen aan verdere verbetering
van de begeleiding en ondersteuning van patiënten die radiotherapie ondergaan.
De oplossing is multidisciplinair
De radiotherapeut speelt samen met het gehele behandelteam binnen het radiotherapeutisch
instituut een centrale rol in de begeleiding van klachten tijdens en kort na de behandeling.
Tegelijkertijd vraagt ondersteuning bij klachten tijdens en na radiotherapie om inzet van
zorgverleners met aanvullende expertise. “Goede kankerzorg is per definitie multidisciplinair.
De verpleegkundig specialist, de oncologieverpleegkundige, de diëtist, de fysiotherapeut;
ieder heeft een eigen expertise om tijdig de ondersteuning te bieden die nodig is”, aldus
Dingemans.
Volgens NFK begint goede begeleiding met laagdrempelige communicatie over klachten en
aandacht voor passende ondersteuning, zodat patiënten weten dat zij klachten kunnen
bespreken en waar nodig geholpen kunnen worden. Het is aan de radiotherapeut en het
behandelteam om die drempel weg te nemen én te zorgen voor de meest effectieve
behandeling of ondersteuning. Tot slot wil NFK patiënten meegeven: je bent niet de enige
met klachten, meld je klachten bij je radiotherapeut, verpleegkundige of andere zorgverlener.
Je hoeft het niet alleen te dragen.
Meer informatie vind je op de website van de NFK





